Een basis voor portretfotografie

15 juni 2026

Portretfotografie? Daar heb niet veel voor nodig. Met een goede camera en een degelijke lens en iemand die vóór je lens wilt staan, ben je al vertrokken. Maar hoe begin je daar dan aan:
- welke camera-instellingen,
- welke lenzen
- hoe maak je gebruik van het aanwezige licht en
- wie is je model?
Na het lezen van dit artikel kan je boeiende portretten maken met alleen maar daglicht.

Belangrijkste camera-instellingen

Je gebruikt je camera op de volledig automatische stand en je krijgt foto’s die er nooit uitzien zoals jij wilt. Dat gevoel ken je waarschijnlijk wel en dus is het tijd om het anders aan te pakken. Belichting met de juiste sfeer hangt af van drie parameters: ISO, sluitertijd en diafragma. Dat wordt ook wel de belichtingsdriehoek genoemd.

  • De ISO hou je bij portretfotografie standaard zo laag mogelijk.
  • Sluitertijd moet voldoende kort zijn om geen bewegingsonscherpte te hebben. Een goed uitgangspunt is 1/125 seconde.
  • Wat het diafragma betreft, die zorgt bij een foto voor veel of weinig scherptediepte. Bij portretfotografie is alles scherp niet zo mooi, immers het gaat om de geportretteerde en wat de aandacht afleid, kan je best niet duidelijk in beeld hebben. Daarom werk je best met een een open diafragma (een klein f-getal).

Bij portretfotografie lijkt het mij logisch om je camera in te stellen op diafragmavoorkeur. Jij bepaalt de diafragmaopening (ik zou starten bij f-4) en de ISO (plaats die zo lag mogelijk, op 100 of lager wanneer je de mogelijkheid hebt) en de camera geeft daar een juiste sluitertijd bij. Let er wel op dat die sluitertijd niet te lang wordt; we zouden uitgaan van maximaal 1/125ste seconde.

De kwaliteit van een portret?

Het is belangrijk dat je model mooi vrij komt te staan van de achtergrond.

  • Zoals reeds aangegeven speelt het diafragma daarbij een belangrijke rol.
  • Ook de afstand tussen het model en de achtergrond heeft invloed. Hoe groter de afstand tussen model en achtergrond, hoe meer verschil er zal zijn tussen wat scherp is en wat niet.
  • Daarnaast doet ook het soort objectief (lens) ertoe. Een brandpuntsafstand van 50 mm (full frame) staat het dichts bij wat onze ogen zien. Bij een kleinere brandpuntsafstand treed er algauw vervorming op de de objecten dichtbij. Ideaal voor een portret is een lichte brabdpuntafstand tussen 50 en 85 mm (alweer full frame).
  • Een volgende factor om rekening mee te houden is de afstand van de fotograaf tot het model. Hoe dichter bij het model, hoe vager de achtergrond wordt.
  • Ook de sensorgrootte maakt uit hoe makkelijker je het model kan isoleren van de achtergrond. Bij een grotere beeldsensor lukt dat makkelijker.

De rol van het licht

Bij alle soorten van fotografie, dus ook bj portretfotografie, is licht het allerbelangrijkste. Daglicht is gratis en overal en iedereen kan, door een paar basispriciepes te kennen, leren om het goed te gebruiken.

  • Een grote lichtbron geeft zacht licht, een kleine lichtbron hard licht.
  • Bij (te) hand licht kan je werken met een scherm tussen de zon en je model. Dat maakt het harde licht zachter.
  • Zet je model bij het raam met de gordijnen op een kleine spleet en je krijgt hard licht. Met de gordijnen helemaal open, dan wordt datzelfde raam een zachte lichtbron.
  • Hoe dichter een model bij de lichtbron staat, hoe meer licht het vangt en hoe groter het contrast tussen licht en donker. Staat hij of zij er verder vanaf, dan vermindert de hoeveelheid licht en contrast.
  • Ook de richting van het licht is bepalend voor een portret.
    • Staat het licht te hoog dan krijg je snel donkere ogen. Dat los je op met een reflectiescherm (een stuk wit papier, karton, isomo of een witte zakdoek) het licht terug te kaatsen naar het model.
    • Strijklicht of zijwaarts licht maak je zeer karaktervolle portretten. Nadeel is dat het ook alle oneffenheden in het gezicht accentueert. Dat kan een probleem zijn, maar ook een karaktervol portret opleveren.
    • Frontaal licht dat van voor komt, geeft geen schaduw en is zeer vlak.
    • Bij zijlicht krijg je meer contrast en een donkere en een lichtere kant. Ook dat levert meestal meer karater op bij portretfotografie.
    • Tegenlicht, dan staat de lichtbron achter het model, is geschikt om mooie silhouetten mee te maken.

Het model

De meeste mensen weten zich voor de camera geen houding te geven. Het is dan de taak van de fotograaf om ze op hun gemak te stellen en bij te sturen. Daarvoor bestaan er een aantal eenvoudige zaken die je een eind op wek helpen.

  • Maak een praatje vooraf.
  • Vertel zo veel mogelijk wat je doet.
  • Toon tussendoor foto’s.
  • Al iets niet lukt, zeg dat aan je model en vertel wat je aan het doen bent.
  • Geef korte en eenvoudige instructies. Verduidelijk je instructie indien mogelijk met handgebaren.

Tot slot

Met gelijk welk fototoestel kan je portretten maken. Het ene toestel lens is wel beter geschikt dan het andere. Optimaal is een vaste portretlens met een groot diafragma. Zonlicht gratis en voor iedereen beschikbaar. Door met het licht te experimenteren en door te letten op een aantal zaken welke we hiervoor besproken hebben kom al een heel eind.


Vind je dit artikel waardevol of heb je vragen of andere ervaringen?  Je kan het mij laten weten door een reactie te plaatsen. Je email-adres is verplicht, maar het wordt niet getoond op de website.

plaats een reactie

Dit artikel tref je in de subgroep "Soorten van Fotografie".  Meer lezen over Soorten van Fotografie

of

Terug naar het artikelen-overzicht