Wat wel en wat niet fotograferen
6 oktober 2026
Soms ontlokt een foto veel reactie; mooie, en ook beledigende en ronduit racistische praat.
Daarbij stel ik mij weleens de vraag: 'Wat wel en wat niet fotograferen?'
Mijn antwoord is kort: als straatfotograaf moet je alles kunnen fotograferen.
Het lijkt eenvoudige, maar dat is het allerminst. Want zodra je erover nadenkt, kom je terecht bij vragen over privacy, respect, kwetsbaarheid, maatschappelijke beeldvorming en de vrijheid van de fotograaf.
Ik vind echter dat je jezelf vooraf geen beperkingen moet opleggen. De straat is immers de maatschappij. En de maatschappij bestaat niet alleen uit mooie, vrolijke en aangename momenten. Er zijn ontmoetingen, verliefde mensen, spelende kinderen en prachtige lichtsituaties, maar ook armoede, eenzaamheid, vervuiling, verslaving, conflicten en andere situaties die we liever niet zien.
Waarom zou je als fotograaf alleen het eerste deel mogen laten zien?
De straat is geen decor
Straatfotografie draait voor mij om het kijken en daadwerkelijk zien wat er gebeurt. Je weet dat nooit vooraf. Soms is het een klein, bijna onopvallend iets en soms iets confronterends.
Een fotograaf die alleen het mooie fotografeert, doet niets verkeerds. Maar de werkelijkheid wordt wel zeer selectief weergegeven wanneer je als straatfotograaf uitsluitend aantrekkelijke mensen, mooie architectuur en perfecte lichtsituaties in beeld brengt.
Dat betekent zeker niet dat je ellende moet fotograferen om de ellende zelf. De vraag is eerder: Waarom wil ik deze foto maken?
Fotograferen is niet het eindpunt
Er zijn twee momenten: fotograferen en selecteren.
Een situatie kan fotografisch interessant zijn, maar achteraf besluit je toch de foto niet te gebruiken. Het kan zijn dat je bij het bekijken van de foto merkt dat je motivatie om de foto te maken niet zo sterk was als je aanvankelijk dacht.
Vrijheid als fotograaf betekent dat je mag kijken, mag fotograferen en vervolgens zelf beslist wat met dat beeld te doen.
Ligt daar een grens?
Een dakloze fotograferen kan een krachtig beeld opleveren. Een dronken persoon op straat kan een confronterende foto opleveren. Iemand die verdriet heeft kan een indringend portret worden. Maar wat is de bedoeling? Daar bestaat geen eenvoudige regel voor. Het vraagt vooral zelfkritiek.
Het gaat niet alleen over wat je fotografeert, maar over de manier waarop je naar het gegeven kijkt. Zo kan een confronterende foto respectvol zijn, terwijl een ogenschijnlijk vriendelijke foto iemand reduceert tot een object.
De 'vuile' kant van de maatschappij
Juist wanneer je de minder fraaie kant van de samenleving fotografeert, ontstaat er vaak discussie.
Fotografeer je een verloederde straat, een groep jongeren, dakloosheid, overlast of een maatschappelijk conflict. Dan kan iemand je verwijten dat je een negatief beeld van een bepaalde groep of wijk wilt creëren. Maar dat is niet automatisch het geval.
- Een foto van iemand die afval op straat gooit, is een foto van iemand die afval op straat gooit. Het is niet automatisch een uitspraak over een hele bevolkingsgroep.
- Een foto van een dakloze is geen foto van alle daklozen.
- Een foto van een migrant die iets verkeerd doet, is geen bewijs dat migranten zo zijn.
Daarom is het belangrijk om onderscheid maken tussen wat er daadwerkelijk op een foto staat en wat wat de kijker er van maakt.
Waarom wordt de fotograaf beoordeeld?
Zien we een foto die ons raakt of boos maakt, dan vragen we ons vaak niet af wat er te zien is. We vragen: "Waarom heeft die fotograaf dit gefotografeerd?"
Maar een foto wordt nooit bekeken met een volledig leeg hoofd. Ieder brengt zijn eigen ervaringen, overtuigingen en verwachtingen mee. Meer mensen kunnen naar precies dezelfde foto kijken en er iets totaal anders in zien.
- De ene kijker ziet maatschappelijke achteruitgang.
- Een andere ziet racisme.
- Een derde ziet juist een maatschappelijk probleem dat eindelijk zichtbaar wordt.
De foto is dezelfde. De betekenis verandert. Dat komt doordat we niet alleen naar een foto kijken. We kijken er ook doorheen, vanuit ons eigen wereldbeeld.
We zien vaak wat we verwachtten te zien
Dat mechanisme wordt versterkt wanneer een foto raakt aan politiek, afkomst, religie of groepsidentiteit.
- Wie ervan overtuigd is dat een bepaalde wijk onveilig is, zal in een foto van die wijk misschien vooral gevaar zien.
- Wie ervan overtuigd is dat een bepaalde bevolkingsgroep voor problemen zorgt, kan een foto van één persoon uit die groep interpreteren als bevestiging van dat idee.
Maar die conclusie staat niet noodzakelijk in de foto. Ze komt uit het hoofd van de kijker. Dat is een belangrijk onderscheid, zeker in een tijd waarin beelden razendsnel via sociale media worden verspreid.
Mensen naar wie we opkijken
Ons wereldbeeld ontstaat bovendien niet alleen uit onze eigen ervaringen. We worden beïnvloed door mensen naar wie we luisteren: ouders, vrienden, media, politici, opiniemakers en andere personen die we als autoriteit beschouwen. Wanneer zo iemand een bepaalde gebeurtenis op een bepaalde manier benoemt, kan dat onze interpretatie van beelden sterk beïnvloeden.
Een goed voorbeeld zijn politieke gebeurtenissen waarbij dezelfde beelden door verschillende groepen totaal anders worden uitgelegd.
Neem de beelden rond de toespraak van Benjamin Netanyahu bij de Verenigde Naties in september 2025. Tijdens zijn toespraak verlieten tientallen delegaties de zaal, terwijl de Belgische delegatie bleef zitten.
- Die beelden kunnen voor de ene kijker betekenen: de internationale gemeenschap keert zich tegen Netanyahu.
- Voor een andere kijker betekenen ze juist: Israël wordt door de internationale gemeenschap in de steek gelaten.
Het beeld is hetzelfde.
De conclusie is tegengesteld en laat zien hoe sterk onze bestaande overtuigingen bepalen wat we in een beeld menen te zien.
En wat als iemand je racist noemt?
Je fotografeert bijvoorbeeld een situatie waarin mensen met een bepaalde etnische achtergrond voorkomen. Iemand ziet de foto en beschuldigt je ervan dat je bewust een negatief beeld van die groep neerzet. Hoe reageer je dan?
Een eerste reactie zou moeten zijn: luisteren. Niet iedere kritiek is terecht, maar je hoeft jezelf ook niet automatisch gelijk te geven.
Luisteren betekent echter niet dat je elke beschuldiging moet accepteren. Als afkomst geen rol speelde bij je keuze om de foto te maken, kan je gewoon zeggen: “Ik heb deze persoon gefotografeerd omdat ik een bijzonder moment zag. Zijn of haar afkomst was niet de reden waarom ik de foto maakte.”
Een fotograaf moet kritisch zijn op zichzelf, maar hoeft niet verantwoordelijk te worden gemaakt voor iedere betekenis die een kijker aan zijn foto geeft.
Ieder heeft verantwoordelijkheid
Voor de fotograaf is de vraag "Wat wil ik met deze foto vertellen?" minstens zo belangrijk als "Mag ik deze foto maken?"
Een goede straatfotograaf moet zichzelf af en toe durven bevragen: “Ben ik aan het documenteren wat ik zie, of zoek ik alleen naar beelden die mijn eigen overtuiging bevestigen?”
Het is meestal de kijker die voor een groot deel invulling geeft aan een foto. Wanneer een foto boos maakt, zijn wellicht belangrijke vragen:
- Wat zie ik werkelijk?
- Wat denk ik dat ik zie?
- Welke betekenis geef ik eraan?
- En welke overtuigingen breng ik zelf mee?
Geen gemakkelijke vragen, maar ze maken wel betere kijkers. Want soms zegt een foto inderdaad iets over de fotograaf, maar zeker zegt hij minstens zoveel over degene die ernaar kijkt.
Het hoeft niet comfortabel te zijn
Dus ik vind dat:
- Een straatfoto niet altijd mooi, positief of aangenaam moet zijn.
- Een foto mag schuren.
- Hij mag confronteren.
- Hij mag vragen oproepen.
- Hij mag zelfs boosheid veroorzaken.
Dat betekent niet dat iedere provocatie automatisch goede fotografie is. Maar wanneer we van fotografie eisen dat ze niemand mag kwetsen, niemand ongemakkelijk mag maken en door iedereen hetzelfde moet worden geïnterpreteerd, houden we uiteindelijk vooral veilige beelden over. Straatfotografie hoeft voor mij niet veilig, maar wel eerlijk te zijn.
Daarom blijft mijn uitgangspunt hetzelfde:
Als straatfotograaf wil ik alles kunnen fotograferen.
- De mooie kant van de straat, maar ook de lelijke.
- De vrolijkheid, maar ook het verdriet.
- De verbondenheid, maar ook de tegenstelling.
- De rust, maar ook de chaos.
Ik wil zelf bepalen welke werkelijkheid ik wel of niet mag zien. En daarna begint mijn verantwoordelijkheid.
- Ik moet kunnen uitleggen waarom ik een foto heb gemaakt.
- Ik moet kunnen nadenken over de manier waarop ik een beeld presenteer.
- En ik moet bereid zijn om kritiek te onderzoeken, ook wanneer die ongemakkelijk is.
Maar ook de kijker heeft zijn een verantwoordelijkheid.
- Een foto is geen volledige werkelijkheid. Het is een uitsnede.
- De fotograaf kiest het moment, het kader en het standpunt. De kijker geeft er vervolgens betekenis aan vanuit zijn eigen ervaringen en overtuigingen.
Misschien is dat uiteindelijk de kern van straatfotografie.
- De fotograaf moet leren kijken naar wat er vóór hem gebeurt.
- De kijker moet leren kijken naar wat er in zijn eigen hoofd gebeurt wanneer hij naar een foto kijkt.
En ergens tussen die twee ontstaat betekenis.
Conclusie
Ik, als straatfotograaf, wil niet alleen mooie foto's maken.
- Ik wil vrij zijn om te kijken.
- Vrij om te fotograferen.
- Vrij om moeilijke onderwerpen niet uit de weg te gaan.
Vind je dit artikel waardevol of heb je vragen of andere ervaringen? Je kan het mij laten weten door een reactie te plaatsen. Je email-adres is verplicht, maar het wordt niet getoond op de website. Ik reageer voor zover als mogelijk binnen de 24 uren.
plaats een reactie
Dit artikel tref je in de subgroep "Soorten van Fotografie". Meer lezen over Straatfotografie
of
Terug naar het artikelen-overzicht