Straight  photography

12 november 2026

Bij 'straight photography', je mag het vertalen als pure / zuivere fotografie, ligt de nadruk op het vastleggen van de werkelijkheid in haarscherp focus en met rijke details. Hierbij wordt de technische en esthetische kracht van de camera optimaal benut.
Voor alle duidelijkheid: Straight Photography is niet een soort fotografie zoals landschap- of portretfotografie, maar een fotografie genre. Het is dus toepasbaar bij alle soorten van fotografie.
Dit genre van fotografie is ontstaan als een reactie op het picturalisme. Rond 1900 was het picturalisme populair. Ook fotografen probeerden toen kunst te maken door foto's te bewerken en lenzen te laten vervagen zodat ze op schilderijen leken.

Pioniers van de straight photography zijn:

Sadakichi Hartmann welke de term straight photography rond 1904 introduceerde. Alfred Stieglitz en Paul Strand maakten de beweging groot.
Latere bekende aanhanger van deze stroming zijn onder meer Ansel Adams en Edward Weston.

Kenmerken van straight photography zijn:

  • Geen nabootsing van schilderkunst: In plaats van foto's te laten lijken op schilderijen, viert deze stijl de unieke, scherpe en objectieve kwaliteiten van de camera.
  • Maximale scherpte: Er wordt gestreefd naar een grote scherptediepte en heldere details, zonder wazige of vervagende effecten.
  • Minimale manipulatie: Foto's worden niet in scène gezet en er wordt vrijwel geen gebruik gemaakt van kunstmatige trucjes, zachte lenzen of zware nabewerking.
  • Focus op vorm en structuur: Alledaagse voorwerpen, landschappen en architectuur worden gekozen om hun eigen geometrische en abstracte lijnen en texturen te tonen.
  • Bij voorkeur wordt er in zwart-wit gefotografeerd.

Sunny 16-regel

Door de beoefenaars van deze zuivere fotografie wordt er vaak gebruik gemaakt van de Sunny 16-regel. Het is een vuistregel, afkomstig van de analoge fotografie, om de juiste belichting te bepalen. Is zeker ook nu nog, met het digitaal fotograferen, toepasbaar.
De sluitertijd wordt bepaald op de omgekeerde waarde van de ISO. Fotografeer je op ISO 100, kies dan een sluitertijd van 1/100 seconde. Bij ISO 200 wordt dat 1/200 seconde, enzovoort.
Het diafragma, waardoor ook de scherptediepte wordt bepaald, stel je in op basis van de zichtbaarheid. Zo is bij een heldere, zonnige dag meer scherptediepte dan op een zwaar, bewolkte dag.
Dat levert ons volgende tabel op:

Een beetje oefening levert je vanzelf het gevoel voor de juiste instellingen op.


Vind je dit artikel waardevol of heb je vragen of andere ervaringen?  Je kan het mij laten weten door een reactie te plaatsen. Je email-adres is verplicht, maar het wordt niet getoond op de website. Ik reageer voor zover als mogelijk binnen de 24 uren.

plaats een reactie

Dit artikel hoort in de subgroep "Creativiteit & Motivatie".  Meer over creativiteit & motovatie

of

Terug naar het artikelen-overzicht